+ 3185 004 10 80
+ 3185 004 10 80
Een wijnkoelkast in de garage, kelder of bijkeuken mag, maar alleen als de ruimte het hele jaar door tussen ongeveer 10 en 32 graden blijft en u een kast kiest die op die omstandigheden gebouwd is. De meeste problemen in onverwarmde ruimtes ontstaan niet in de zomer, maar in januari: de omgeving zakt onder de ondergrens van de klimaatklasse, de compressor schakelt niet meer in en de wijn koelt mee met de ruimte.
Kort samengevat: kies voor een onverwarmde ruimte een vrijstaand model met een ruime klimaatklasse en een winterfunctie, zorg voor droge lucht en vrije ventilatie, en plaats de kast nooit tegen een buitenmuur of op een vochtige betonvloer zonder onderbreking. Hieronder leest u per ruimte wat wel en niet kan, en welke specificaties de doorslag geven.
In een keuken schommelt de omgevingstemperatuur tussen ruwweg 18 en 27 graden. In een garage of bijkeuken is dat eerder 2 tot 35 graden over een volledig jaar. Een wijnkoelkast is een apparaat dat warmte naar buiten verplaatst, niet een apparaat dat verwarmt. Wordt de omgeving kouder dan de ingestelde binnentemperatuur, dan heeft de kast niets meer te koelen en stopt hij simpelweg. De wijn neemt vanaf dat moment de temperatuur van de ruimte aan.
Dat is precies het scenario waar de meeste klanten in onze showroom in Woerden niet aan denken. Zij testen hun plan op een hete zomerdag, terwijl de winter het echte risico vormt.
De klimaatklasse geeft aan binnen welke omgevingstemperatuur de kast zijn ingestelde binnentemperatuur nog haalt. Voor onverwarmde ruimtes kijkt u vooral naar de ondergrens, niet naar de bovengrens.
| Klimaatklasse | Werkt betrouwbaar bij omgeving | Geschikt voor |
|---|---|---|
| SN | 10 tot 32 °C | Koele kelder, bijkeuken, geïsoleerde garage |
| N | 16 tot 32 °C | Alleen verwarmde binnenruimte |
| ST | 16 tot 38 °C | Warme keuken of serre, niet voor koude ruimtes |
| T | 16 tot 43 °C | Zeer warme ruimtes, niet voor koude ruimtes |
Voor een onverwarmde ruimte is SN de enige klasse met een werkbare ondergrens van 10 graden. Let op de denkfout die hier vaak gemaakt wordt: ST en T klinken zwaarder dan SN, maar hun ondergrens ligt juist hoger. Een ST-kast in een koude garage presteert slechter dan een SN-kast. Wilt u weten hoe de klassen precies tot stand komen en wat ze in de praktijk betekenen, lees dan ons artikel over de klimaatklasse van een wijnkoelkast.
Een winterfunctie is een verwarmingselement in de kast dat inschakelt zodra de omgevingstemperatuur onder de ingestelde binnentemperatuur zakt. In plaats van alleen te koelen, houdt de kast de binnenruimte dan actief op peil. Zakt uw garage in februari naar 4 graden, dan blijft de binnenkant met winterfunctie op de ingestelde 12 graden staan.
Zonder winterfunctie zakt uw collectie mee. Voor bewaarwijn is dat op korte termijn minder schadelijk dan hitte, maar de schommeling is het echte probleem: van 4 graden in februari naar 24 graden in juli en weer terug. Die jaarlijkse beweging laat kurken werken en versnelt oxidatie. De volledige werking van dit onderdeel leggen wij uit in ons artikel over de wijnklimaatkast met winterfunctie.
Praktische vuistregel: zakt de ruimte structureel onder 10 graden, dan is een winterfunctie geen extra, maar een voorwaarde. Deze functie vindt u vooral terug in het segment wijnklimaatkasten, niet in de eenvoudige serveerkasten.
Ja, mits de garage geïsoleerd is en aan de woning vastzit. Een vrijstaande, ongeïsoleerde garage in de tuin is vrijwel altijd een slecht idee: daar komt vorst voor en vorst is voor wijn en voor de kast zelf schadelijk. Wijn bevriest rond de 5 graden onder nul, waarna de vloeistof uitzet en de kurk omhoog wordt geduwd. De fles is daarna verloren, ook als hij weer ontdooit.
Let daarnaast op drie zaken die specifiek voor garages gelden. Auto-uitlaatgassen en opgeslagen verf, olie of schoonmaakmiddelen geven geuren af die via de luchtinlaat naar binnen trekken. Kies daarom een model met een koolstoffilter en vervang dat filter elke twaalf tot vierentwintig maanden. Trillingen van een garagedeur of een naastgelegen wasmachine verstoren de bezinking in de fles. En een garage is zelden afgesloten, wat een kast met slot uit het assortiment wijnkoelkasten met slot tot een logische keuze maakt als er meer waarde in de kast ligt.
Een kelder is qua temperatuur vaak de beste ruimte in huis: stabiel, koel en donker. Precies wat wijn vraagt. Het probleem in een Nederlandse kelder is niet warmte, maar vocht.
Bij een luchtvochtigheid boven de 80 procent krijgt u schimmel op etiketten, kurken en op de buitenkant van de kast zelf. Een wijnkoelkast regelt de vochtigheid binnen de kast, niet in de ruimte eromheen. Staat uw kelder structureel vochtig, dan lost een kast dat niet op en heeft u eerst een ontvochtiger nodig. Wat schimmel precies doet met een fles leest u in ons artikel over beschimmelde kurken en flessen, en de gewenste waarden binnen de kast staan in ons stuk over luchtvochtigheid in een wijnklimaatkast.
Praktisch: zet een kelderkast nooit direct op onbehandeld beton. Gebruik een kunststof of houten onderlegger van enkele centimeters, zodat opstijgend vocht de onderzijde en de compressorruimte niet bereikt.
De bijkeuken is de populairste van de drie en de minst risicovolle, omdat die meestal binnen de isolatieschil van de woning valt. De valkuilen zitten hier in de buren van de kast, niet in het klimaat.
Een wasdroger geeft warmte en vocht af, een cv-ketel straalt continu warmte uit en een buitendeur die vaak openstaat, laat koude lucht direct langs de kast stromen. Houd minimaal 10 tot 15 centimeter afstand tot elke warmtebron en plaats de kast niet in de directe luchtstroom van een deur. Zet hem ook niet tegen een ongeïsoleerde buitenmuur: de koudebrug zorgt voor een groot temperatuurverschil tussen voor- en achterkant van de kast, wat condensvorming aan de binnenzijde in de hand werkt.
In alle drie de gevallen kiest u een vrijstaand model. Een onderbouw- of integreerbare kast blaast zijn warmte via het front af en is ontworpen voor een keukennis met een vaste temperatuur. In een garage of kelder staat hij meestal los, waardoor de inbouwvoordelen wegvallen terwijl u wel de nadelen houdt. Bekijk daarom het aanbod vrijstaande wijnkoelkasten en houd minimaal 10 centimeter vrij aan de achterzijde en 5 centimeter aan de zijkanten.
Omdat u in deze ruimtes vrijwel altijd bewaart in plaats van serveert, is één stabiele zone van rond de 12 graden logischer dan meerdere zones. Kijk daarvoor naar het segment wijnkoelkasten met 1 zone of, bij een grotere collectie, naar de grote wijnkoelkasten.
| Ruimte | Grootste risico | Wat u minimaal nodig heeft |
|---|---|---|
| Geïsoleerde garage aan de woning | Kou in de winter, geur, trillingen | SN, winterfunctie, koolstoffilter |
| Losstaande garage of schuur | Vorst | Niet geschikt, kies een andere ruimte |
| Kelder | Vocht en schimmel | SN, ontvochtiger, onderlegger tegen betonvocht |
| Bijkeuken | Warmtebronnen en tocht | SN of N, 10 tot 15 cm afstand, geen buitenmuur |
Een koele omgeving werkt in uw voordeel. Hoe kleiner het verschil tussen omgevings- en binnentemperatuur, hoe minder de compressor draait. Een kast in een kelder van 14 graden verbruikt merkbaar minder dan dezelfde kast in een keuken van 25 graden.
Die winst verdwijnt zodra de winterfunctie het overneemt, want dan verwarmt u actief. Een energiezuinig model uit de collectie energiezuinige wijnklimaatkasten verdient zich in een onverwarmde ruimte dus juist in de winter terug. De verbruikscijfers en rekenvoorbeelden staan in ons artikel over hoeveel een wijnkoelkast verbruikt.
Meten gaat voor gokken. Hang een digitale thermo-hygrometer met min- en maxgeheugen op de plek waar de kast moet komen en lees hem een jaar lang maandelijks af. U zoekt naar twee dingen: is het minimum ooit onder 10 graden gezakt, en komt de luchtvochtigheid boven 75 procent uit?
Kunt u niet een jaar wachten, meet dan minimaal een volle koudeperiode en een warme week. Die twee uitersten vertellen u genoeg. Onderhoud telt in deze ruimtes zwaarder dan in een keuken, omdat stof, vocht en geur er sneller opbouwen. Onze onderhoudsinstructies voor een wijnkoelkast lopen daar stap voor stap doorheen.
Mag een wijnkoelkast in een onverwarmde garage staan?
Alleen als de garage geïsoleerd is, aan de woning vastzit en nooit onder de 10 graden zakt. Kies dan een vrijstaand model met klimaatklasse SN en een winterfunctie, want zonder winterfunctie stopt de kast met koelen zodra de omgeving kouder is dan de ingestelde binnentemperatuur.
Welke klimaatklasse kies ik voor een kelder of bijkeuken?
Kies klimaatklasse SN, die betrouwbaar werkt tussen 10 en 32 graden omgevingstemperatuur. SN heeft de laagste ondergrens van alle klassen, terwijl klassen als ST en T pas vanaf 16 graden betrouwbaar functioneren en dus ongeschikt zijn voor koele ruimtes.
Kan wijn bevriezen in een wijnkoelkast in de garage?
Ja, als de kast geen winterfunctie heeft en de garage onder nul komt. Wijn bevriest rond de 5 graden onder nul, waarna de vloeistof uitzet en de kurk uit de hals wordt geduwd, wat de fles onherstelbaar beschadigt.
Een garage, kelder of bijkeuken is geen verboden terrein voor een wijnkoelkast, maar het is wel een ruimte die u eerst moet meten en daarna pas moet inrichten. De winter bepaalt de keuze, niet de zomer: klimaatklasse SN, een winterfunctie, een vrijstaand model met vrije ventilatie en droge lucht eromheen. Voldoet uw ruimte daar niet aan, kies dan liever een plek binnen de isolatieschil van de woning dan dat u uw collectie een jaarlijkse temperatuurgolf laat doorstaan.
Weet u niet zeker welk model bij uw ruimte past? Bekijk het aanbod wijnbewaarkasten of neem uw meetwaarden mee naar onze showroom, dan kijken onze specialisten met u mee.
Geschreven door
Sven de Kroon
Sven is medeoprichter van Mijn-Wijnkoelkast en Nederlands distributeur van Dunavox. Vanuit de showroom in Woerden adviseert hij over het kiezen, plaatsen en gebruiken van een wijnkoelkast.
Meer over Sven →